Column Daan - Sta eens stil

Uitgelicht op: 24-04-2018 om 16:50 in: Deelnemers

Als ik vertel dat ik natuurkunde heb gestudeerd en terechtgekomen ben op een middelbare school, dan gebeurt er soms iets interessants. Een reactie die ik dan namelijk vaak krijg, is dat mensen het zo goed vinden dat ik een universitaire studie heb gedaan en dan tóch kies voor het leraarschap. Dat ik niet voor het grote geld ben gegaan en niet geïnteresseerd ben in carrière maken, want tja, docenten verdienen niet zo goed toch? En daarbij is er ook geen carrièreladder waar je op kan klimmen. Ergens is dat natuurlijk positief, dat mensen reageren dat ze het mooi en goed vinden, maar wat ik tegelijkertijd ook hoor, is dat ik oh zo nobel ben dat ik me opoffer voor de samenleving om voor een klas te gaan staan en niet verder te groeien op de carrièreladder.

 

Ik zou nu verhalen kunnen schrijven over hoe mooi onderwijs is en dat ik me helemaal niet opoffer, maar dat hebben veel van mijn Eerst De Klas-collega’s al erg mooi gedaan. Waar ik over wil schrijven is dat ik het iets zorgelijks vind dat mensen verbaasd zijn dat ik niet heb gekozen om carrière te maken. Als je oudere mensen spreekt en je vraagt wat ze anders in hun leven hadden willen doen, dan hoor ik nooit ‘had ik maar meer carrière gemaakt’. Ik denk dat er best wat mensen van mijn leeftijd zijn die denken dat carrière maken een belangrijk onderdeel is om gelukkig te worden. We zijn in het algemeen vaak onzeker over ons leven. Logisch ook, als je denkt aan al die stukken die zijn geschreven over wat social media met ons doen en de vergelijkcultuur die hierbij hoort. Je moet steeds beter worden in je werk, je moet een (top)relatie hebben, je moet mooi wonen, je moet de tijd nemen, je moet veel (en vooral ver) reizen, je moet geld verdienen, je moet nieuwe dingen meemaken en hoger komen op die prestigeladder, de carrièretop bereiken en dán ben je een gelukkig mens. Veel collega’s en vrienden hebben het vaak ‘druk druk druk’, wat indirect zegt, ‘ik ben van betekenis want ik ben op allerlei plekken nodig’. Echt gelukkig worden van ‘druk druk druk’ lijkt mij onzin, maar we jutten elkaar wel op. En vervolgens zijn er meer mensen met een burn-out dan ooit, want het is totaal niet realistisch wat we van onszelf verwachten.

 

En elke keer komt er weer die stip op de horizon, het punt waar je wilt komen op welk gebied dan ook. Op school gebruiken we een zogeheten ‘verbeterbord’. Een bord waar we op schrijven wat er beter kan en hoe we dat gaan aanpakken. Dat klinkt mooi natuurlijk, lekker progressief, maar tegelijkertijd stel ik mezelf ook de vraag, is het niet goed genoeg? En als ik vervolgens op dat punt op de horizon sta waar ik naartoe wilde, dan is er wel weer een ander punt waar ik daarna heen zou moeten lopen. Je loopt jezelf dood, want stilstaan is geen optie in ons werksysteem. Dan val je weg, ben je niet innovatief en vernieuwend, en voldoe je niet aan de verwachtingen die het ‘bedrijf’ van je heeft. Ik ben blij dat ik onze school niet als concurrerend bedrijf zie, maar helaas zie ik het wel steeds meer gebeuren om me heen, ook op scholen en universiteiten. Het is natuurlijk niet verkeerd om jezelf te ‘verbeteren’ op het moment dat je daar puf voor hebt en je er energie van krijgt, maar het lijkt nu de status quo dat je niet meer stil mag staan en even lekker mag genieten en tevreden mag zijn dat je op het punt staat waar je wilt zijn. Er moet altijd een toekomstplan zijn en als dat er niet is, dan ontstaat er onrust in je hoofd dat wordt aangepraat door de omgeving. Er moet toch altijd een verbetering zijn ten opzichte van vorige keer?

Nee, dat moet niet! Sta soms ook maar eens stil en ik hoop dat je ook dan heel tevreden zou kunnen zijn.