Column Nienke - Utopie?

Uitgelicht op: 01-11-2017 om 13:17 in: Deelnemers

Emma, een hardwerkend, eigenwijs meisje van 15 jaar, zit al vijf minuten met haar vinger omhoog. Met een zuur gezicht ondersteunt ze haar rechterarm met haar linkerarm om hem om hoog te kunnen blijven houden. Ze ziet het niet, mijn stagiaire, een vrolijke creatieveling, maar ze doet haar best om bij iedereen te controleren of ze snappen wat ze moeten doen. Maar ze kan maar op één plaats tegelijkertijd zijn. In de 5-vwo-klas van 28 leerlingen is het soms moeilijk om je aandacht te verdelen.

Ik ben zelf tweedejaars docent natuurkunde en ik zit achterin het lokaal bij één van mijn zeven klassen om bij mijn stagiaire mee te kijken. Ik herken veel van mijzelf terug in de dingen die ze doet voor de klas; ze wil alle leerlingen heel graag helpen. Het is zeer leerzaam om bij andere docenten mee te kijken in de les: Hoe pakken zij een lesovergang aan, leiden zij een discussie in de klas of hoe reageren zij op dat ene bijdehandje. In de bijeenkomst voor nieuwe docenten op onze scholengroep hebben we al aangegeven dat meer ruimte (lees: tijd) om bij collega’s mee te kijken in de les ons zeer waardevol lijkt. Uit een rapport van de OECD (2014b)[1] blijkt dat Nederlandse leraren in vergelijking tot leraren uit andere deelnemende landen sowieso minder tijd besteden aan lesobservaties en activiteiten als het samen maken van onderwijs en ‘co-teaching’.

Naast dat het goed is om van collega’s te leren, is het heel inzichtelijk om de leerlingen eens vanaf dit perspectief te zien. Je krijgt een inkijk in hoe leerlingen de les ervaren, wat zij wel en niet meekrijgen van de les en wat ze gaan doen met de stof die ze wordt aangeboden. Achterin het lokaal kan ik opeens de gesprekken volgen terwijl de stagiaire rondloopt om andere leerlingen te helpen met vragen. Ze hebben het over een foto die wordt rondgestuurd, over de laatste cijfers die binnenkomen op de Magister App en over onderwijs (!):

Maarten, een jongen met de meest fantastische bos krullen en een nog jongensachtig gezichtje, die net nog over tafel riep dat hij alwéér een vijf heeft gehaald, vertelt de andere vier jongens aan zijn tafel over een nieuwe onderwijsvorm waarover hij heeft gehoord: “Ja, en dan hoef je dus alleen te leren wat jij wilt leren.. Je hoeft niet allemaal zo in een lokaal te zitten en hetzelfde te leren.” “Hoe moet je dat leren dan?” vraagt een ander. “Nou, je hebt dan gewoon een leraar, een echt goeie weet je wel, die jou kan helpen met wat je wilt leren. Een leraar die gewoon echt de tijd heeft voor jou.”, zegt Maarten. “Maar hoe kan dat dan, heeft iedereen dan zijn eigen leraar? Waar moeten ze al die goeie leraren vandaan halen dan?” Even later: “Nou volgens mij is er gewoon nog niet goed overgedacht”, concludeert een ander. Maarten: “Ja het is gewoon een utopie, dat weet ik ook wel..”.

Het was veelbetekenend om dit gesprek aan te horen, want dit is precies het dilemma waar veel scholen mee worstelen: we willen coaching aanbieden (met één coach per 15 leerlingen in plaats van één mentor per 30 leerlingen) en leerlingen meer maatwerk bieden, persoonlijke leerroutes, en meer ‘co-teaching’ (samen voor een klas). Niemand wil Emma te lang met haar vraag laten zitten.

Ik denk alleen niet dat het een utopie is, maar meer enthousiaste leraren en meer ‘van-elkaar-leren’ hebben we er zeker nodig.

 


[1] OECD (2014b), TALIS 2013 Results: An International Perspective on Teaching and Learning, TALIS, OECD Publishing, Paris, http://dx.doi.org/10.1787/9789264196261-en.