Column Peter - In gesprek

Uitgelicht op: 04-05-2018 om 14:21 in: Deelnemers

Vrijdagmiddag, vlak voor de vakantie. Ik neem een diagnostische toets af bij havo 4 en zie dat één van mijn leerlingen, Kevin, bijzonder snel klaar is. Ik bekijk zijn blaadje en zie dat hij in plaats van de toets te maken, heeft opgeschreven waarom dat niet gelukt is en hoe hij zijn prioriteiten op dat moment anders stelde.

Ik besluit dat de klas wel even verder kan werken zonder mij en neem Kevin mee naar de gang: ik ben nieuwsgierig wat hier achter zit. Op de gang komt er een mooi gesprek tot stand waarin hij vertelt over zijn ambities: hij wil later graag meester worden op een basisschool. We praten een beetje door over wat er nodig is om volgend jaar in havo 5 te zitten en hoe hij beter kan plannen. Aan het einde van het gesprek besluit ik nog een andere vraag te stellen: “Wat vind jij van hoe er in deze klas gewerkt wordt en hoe kan dat verbeteren?” Kevin geeft een kort antwoord en zegt dat hij er verder over na zal denken.

Aan het einde van het uur komt hij naar me toe; hij heeft een heel blaadje vol geschreven met een analyse: de leerlingen reageren te veel op elkaar en iedereen wil graag het laatste woord hebben. Ze willen op zich allemaal wel leren, maar de positieve werksfeer ontbreekt simpelweg. Verder lijkt het hem belangrijk dat de leerlingen zelf meedenken en betrokken worden bij het proces. Eigenlijk vraagt hij dus om autonomie, een belangrijke voorwaarde voor succesvol leren.

Een paar weken later. Samen met de twee mentoren van deze klas komen we met een groepje van vijf leerlingen (onder wie Kevin) bijeen om te praten over de werkhouding van de klas. Er ontstaat een prettig en constructief gesprek waarin de leerlingen scherp analyseren wat er beter kan en hoe zij de situatie ervaren. Ze reflecteren uitgebreid op hun eigen aandeel, maar schromen ook niet kritische opmerkingen te plaatsen over zaken als de lesinhoud en zelfs het schoolsysteem.

Omdat er zo’n veilige sfeer heerst in dit gesprek, stel ik me aan het einde ook kwetsbaar op: ik vraag de leerlingen wat ik kan doen om te zorgen dat er in mijn lessen beter gewerkt wordt. De leerlingen kijken elkaar even aan, aarzelen een beetje en dan neemt Susan het woord. “Nou, meneer, u komt soms wat onzeker over en geeft ons dan wat te veel ruimte.”

Dat is toch prachtig: leerlingen die haarfijn aanvoelen waar je je als docent nog kunt ontwikkelen. Ik complimenteer Susan met haar openheid en daarna kijk ik de kring rond. Eén voor één kunnen de andere leerlingen ook nog wel iets toevoegen.

Ik schrijf gretig alle tips op en probeer er ook echt wat mee te doen. En ik neem voor mijn hele onderwijscarrière mee: blijf je kwetsbaar opstellen en blijf met de leerlingen in gesprek. Zij zijn experts op het gebied van het onderwijs en van elkaar kun je heel veel leren!